Je hebt een verhaalidee waarvan je zeker weet dat je er goud mee in handen hebt. Er is overweldigend veel schrijfadvies op internet en dat kan ervoor zorgen dat je wilt stoppen voordat je begint. Laat ik proberen je houvast te geven aan de hand van 7 (verplichte verhaalelementen).

Een verhaal schrijven is als een huis bouwen. Je hebt misschien alle tools en ontwerpideeën, maar als je fundering niet solide is, blijft zelfs het mooiste huis niet staan.

De meeste storytelling experts zijn het erover eens dat er 7 sleutelelementen in je verhaal moeten zitten. Zorg ervoor dat je ze allemaal opneemt om de kans dat je je boek verkoopt te optimaliseren.

Boeiende verhalen hebben:

1 – Een thema

Plot is wat er gebeurt in je verhaal, het thema is waarom het gebeurt. Het waarom moet je weten als je de plot schrijft. Bedenk voordat je begint te schrijven waarom je dit verhaal wilt vertellen.

  • Welke boodschap wil je overbrengen?
  • Wat leert het de lezer over het leven?

Weersta de neiging om je thema expliciet te noemen. Vertel gewoon je verhaal en laat het je thema verkennen en zelf een punt maken. Geef je lezers eer, ze zijn slim genoeg.

Vertel je verhaal subtiel vertrouw erop dat je lezers door hebben wat je thema is. Beroof hen niet van hun leeservaring. Ze herinneren zich misschien je plot, maar je wilt dat ze lang nadenken over je thema.

2 – Karakters of personages

Ik heb het over herkenbare, geloofwaardige personages. Je hoofdpersoon is de protagonist, of hoofdrolspeler of held / heldin. De hoofdpersoon moet beschikken over:

  • Herkenbare menselijke gebreken
  • Potentieel heroïsche kwaliteiten die naar voren komen in de climax
  • een karakterboog (hij / zij moet tegen het einde een andere, betere, sterkere persoon zijn)

Weersta de verleiding om een perfect hoofdpersonage te creëren. Perfect is saai (zelfs Indiana Jones lijdt aan een slangenfobie en James Bonds zwakheid is mooie vrouwen).

Je hebt ook een antagonist nodig, de slechterik. Je slechterik moet net zo formidabel en meeslepend zijn als je held. Maak de slechterik niet gewoon slecht omdat hij de slechterik is. Maak hem een waardige vijand door hem motieven te geven voor zijn acties.

Schurken zien zichzelf niet als slecht. Ze denken dat ze gelijk hebben! Een volledig uitgewerkte slechterik is veel realistischer en gedenkwaardiger. Afhankelijk van de lengte van je verhaal, heb je mogelijk belangrijke randfiguren nodig.
Vraag je voor elk van hen af:

  • Wat willen ze ?
  • Wie of wat weerhoudt hen ervan het te krijgen?
  • Wat gaan ze eraan doen?

Hoe meer uitdagingen je personages tegenkomen, hoe herkenbaarder ze zijn. Net als in het echte leven veranderen de moeilijkste uitdagingen je personages meest.

3 – Verhaalelementen

Denk hierbij aan locatie, tijd of tijdperk en aan hoe dingen eruit zien, ruiken, proeven, voelen en klinken. Onderzoek de details van je verhaalelementen grondig, maar onthoud dat het de jus van je verhaal is, niet het hoofdgerecht. Het hoofdgerecht is het verhaal zelf.

Agenten en acquirerend redacteuren vertellen me dat een van de grootste fouten die beginnende schrijvers maken, is het beschrijven van de verhaalelementen.

Verhaalelementen zijn belangrijk, begrijp me niet verkeerd. Maar een zekere manier om lezers in slaap te sussen, is je flaptekst spannend te maken en je verhaal te beginnen met een variatie op: Het huis stond in een diep bos omgeven door…

Niet doen.

In plaats van verhaalelementen te beschrijven, kun je ze subtiel in je verhaal opnemen. Laat lezers je verhaalelementen zien, vertel het ze niet. Als je dit advies opvolgt, gaat de film automatisch spelen in de hoofden van je lezers, terwijl ze zich concentreren op actie, dialoog, spanning, het drama en het conflict waardoor ze de bladzijden omslaan.

4 – Vertelperspectief

Om je vertelperspectief te bepalen, moet je over twee dingen beslissen:

  • De stem die je gebruikt om je verhaal te schrijven: eerste persoon (ik, me), tweede persoon (jij, jouw) of derde persoon (hij, zij of het), en
  • wie dient als de cameraman van je verhaal?

De hoofdregel is één perspectiefpersonage per scène, maar ik geef de voorkeur aan één per hoofdstuk. Anderen zeggen één per boek.

Lezers ervaren de gebeurtenissen in je verhaal vanuit het perspectief van dit personage. Je hoeft niet in de hoofden van andere personages te wippen. Wat je perpectiefpersonage ziet, hoort, aanraakt, ruikt, proeft en denkt, is alles wat je kunt overbrengen.

Sommige schrijvers denken dat dit hen beperkt tot de Eerste Persoon, maar dat is niet zo. De meeste boeken zijn geschreven in de Beperkte Derde Persoon: één perspectiefpersonage per keer, meestal degene met het meeste op het spel.

Je boek in de Eerste Persoon schrijven, maakt het makkelijk om jezelf te beperken tot dat ene perspectiefpersonage, maar de Beperkte Derde Persoon is niet voor niets het populairst. Lees de huidige populaire fictie om te zien hoe de bestsellerauteurs het doen.

Vertelperspectief kan verwarrend zijn, maar het is fundamenteel.

5 – Plot

Plot is de opeenvolging van gebeurtenissen waaruit je verhaal bestaat. Het is wat je lezer dwingt om ofwel de pagina’s om te slaan, ofwel het boek weg te leggen. Beschouw plot als de verhaallijn van je boek.

Een succesvol verhaal beantwoordt twee vragen:

  • Wat gebeurt er? (Verhaal)
  • Wat betekent het? (Thema; zie punt 1)

Schrijftrainers benoemen verhaalstructuren verschillend, maar ze lijken grotendeels op elkaar. Alle verhaalstructuren bevatten een variatie van:

  • Je opening
  • Een opruiend incident dat alles verandert
  • Enkele reeks crises die spanning opbouwen
  • Het hoogtepunt
  • Een oplossing (of conclusie)

Hoe effectief je drama, intriges, conflicten en spanning creëert , bepaalt of je lezers vanaf het begin kunt pakken en tot het einde kunt houden.

6 – Conflict

Conflicten zijn de motor van fictie. Lezers hunkeren naar conflicten en verlangen ernaar om te zien wat daaruit voortvloeit. Als alles in je plot goed gaat en iedereen het ermee eens is, zul je je lezer snel vervelen.

Dodelijk voor je boek.

Zijn twee karakters gezellig aan het babbelen? Laat de een iets zeggen waardoor de ander naar buiten stormt en een diepgewortelde breuk in hun relatie onthult. Wat is het? Wat zit er achter? Lezers zullen de pagina’s blijven omslaan om erachter te komen.

7 – Oplossing

Of je nu een planner of een pantser bent (zoals Stephen King, die voor de vuist weg schrijft), je moet een idee hebben waar je verhaal naartoe gaat. Hoe je verwacht dat het verhaal eindigt, zou in elke scène en elk hoofdstuk moeten doorschemeren. Het kan veranderen, evolueren, groeien naarmate jij en je personages de onvermijdelijke plotwendingen ervaren, maar laat het nooit aan het toeval over.

Houd je hoofdpersonage tot het einde centraal. Alles wat hij of zij leert door alle complicaties die voortkomen uit pogingen om de vreselijke problemen op te lossen waarin jij ze hebt ondergedompeld, zou uiteindelijk de kans op een oplossing moeten bieden.

Als je het einde nadert en het gevoel hebt dat er iets ontbreekt, haast je dan niet. Kijk of alle verhaalelementen erin zitten. Geef het een paar dagen, indien nodig een paar weken.

Lees alles wat je hebt geschreven door. Maak een lange wandeling. Denk er over na. Slaap er een nachtje over. Maak aantekeningen. Laat je onderbewustzijn eraan werken. Speel wat-als-spellen. Maar zorg voor een bevredigend einde dat beklijft.

Geef je lezers de beloning voor hun tijdsinvestering door deze onvergetelijk te maken en ze in hun hart te raken. Lezers houden ervan om iets te leren en vermaakt te worden, maar ze vergeten het nooit als je ze emotioneert.

Aanmelden Schrijven.Community

De 7 belangrijkste verhaalelementen en waarom ze ertoe doen
Getagd op:                                                                                    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *