Bij Schrijven.Community hebben we een Masterclass Schrijven ontwikkeld. In de Masterclass kom je er in 12 weken achter hoe je van begin tot eind een boek schrijft. Deze beproefde schrijfmethode van de Amerikaanse literatuurwetenschapper Joseph Campbell is de basis van geweldige verhalen. Van Star Wars tot Notting Hill en van de Millennium Trilogie tot The Hobbit.

In de Gewone Wereld van je Held moet een drama gebeuren wat Hem of Haar ertoe aanzet in actie te komen. Dat noemen we de Oproep tot Avontuur. Bedenk dat in de beginfase kwantiteit boven kwaliteit gaat. Schrijf eerst een complete pagina met broodkruimels en vul ze later in. Je moet durven te schrijven anders kom je vast te zitten. De invulling van de 7 belangrijkste verhaalelementen gaat dan (bijna) vanzelf.

De Oproep tot Avontuur

Elk verhaal heeft een Oproep tot Avontuur. Wij noemen het een Opruiend Incident. Het is de reden voor je hoofdpersoon om in actie te komen. Het omslagpunt in je verhaal waarop je hoofdpersoon denkt: “tot hier en niet verder, hier trek ik de grens.” Het is opruiend omdat het je hoofdpersoon dwingt in actie te komen.

Zonder Opruiend Incident heb je geen verhaal. Het verandert de wereld van je verhaal fundamenteel. Het geeft je als schrijver de kans een hele wereld naar z’n grootje te helpen en opnieuw op te bouwen.

De Oproep tot Avontuur in je boek

De Oproep tot Avontuur in je boek is verre van vastomlijnd. Denk er in elk geval over na tijdens de planning van je boek. Meestal zitten “ze” behoorlijk in het begin. Waar moet je anders ook over schrijven?

In de Masterclass Schrijven geven we je tips waar je aan kunt denken bij een goed Opruiend Incident. Je genre en thema zijn in elk geval behoorlijk bepalend. Een Opruiend Incident schopt levens in de war, zorgt voor paniek, rukt hoofdpersonen uit hun comfortzone en laat personages zien dat ze tot veel meer in staat zijn dan ze zelf ooit hadden gedacht.

De introductie van het probleem

Maar niet het probleem zelf. Het Opruiend Incident is de kogel die de president dood, je eeuwige liefde die al op de startbaan staat, het fluitje van Björn Kuipers waarmee de Champions League finale begint. Voor schrijvers is het de start van hun verhaallijnen en spanningsbogen.

In ”Mr. Mercedes” van Stephen King is het Opruiend Incident een gek die met een Mercedes een rijtje mensen te lijf gaat. Denk ook eens na wat de opruiende incidenten zijn in de Millennium trilogie en in “De ontdekking van de hemel”. Tips over het creëren van een Opruiend Incident vind je terug in de Masterclass Schrijven 2.0.

Kwantiteit boven kwaliteit

Natuurlijk heb je je standaards, maar je kunt er niet altijd (meteen) aan voldoen. Als je weinig tijd hebt, is je eerste taak een groot aantal woorden op de pagina te zetten. Dan gaat kwantiteit boven kwaliteit.

Zinnen en constructies kun je later aanscherpen. Later kun je helderheid scheppen, terwijl je ijverig zoekt naar perfectie. Vandaag moet je schrijven. Schets de hoofdlijnen snel en vul de details later in. Leg bijvoorbeeld een spoor van broodkruimels.

Broodkruimels

Als je broodkruimels strooit en je wordt daar een beetje goed in, lukt het je lezers je verhaal in te trekken. Als de lezer je eerste zin leuk vindt zal hij waarschijnlijk de eerste alinea lezen. En als ze de eerste alinea leuk vinden, is de kans groot dat ze doorgaan tot het einde van de eerste pagina, enzovoort.

Schrijf daarom een reeks broodkruimels die je lezer tot in de diepten van je verhaal brengen, totdat ze geen andere keus hebben dan het pad tot het einde te volgen. Kijk naar alle aspecten van je opening en probeer te bepalen of er voldoende in zit om lezers te verleiden door te lezen.

De beste manier om te leren wat een opening geweldig maakt is door de meesters te bestuderen. Bestudeer hun eerste hoofdstukken en stel jezelf vragen over het hoe en waarom van die hoofdstukken.

Iedereen kan schrijven

Makkelijk gezegd, nietwaar? Toch klopt het. Iedereen kan schrijven. Er komen per jaar 25.000 boeken uit in Nederland en daar wil jij tussen liggen. Je moet het alleen nog effe doen.

Je wilt in de voetsporen treden van Kiki van Dijk of Suzanne Vermeer of Esther Verhoef. Verhalen schrijven. Of boeken. Anders zat je dit niet te lezen.

Je wilt een betere schrijver worden. Een schrijftraining volgen. Dan zeg ik: Doe het in één keer goed! Volg onze Masterclass Schrijven 2.0 en ga aan de slag. In je eigen tempo. Zonder druk, zonder verplichtingen en zonder stress.

Met leuke trainingen die je schrijfkennis opleveren, je bijspijkeren over je boekmarketing en over hoe je publiceren moet aanpakken. En een hele leuke trainster waar je elke twee weken een zoom-sessie bij kunt volgen. Aan het eind van de Masterclass krijg je een half uur de tijd om haar het hemd van het lijf te vragen.

Durf te Schrijven

Er zat niemand te wachten op de Beatles, James Bond, de iPhone of de gloeilamp. Ik bedoel maar. Als jij schrijven leuk vindt, moet je het beste uit jezelf halen. Ga het beste boek schrijven dat jij in je hebt en deel het met de wereld. Misschien is het wel jouw eigen Oproep tot Avontuur. Onze Masterclass gaat je gegarandeerd met een paar 7-mijls stappen vooruit helpen.

Schrijven en Schrijftechnieken

Er zijn megaveel schrijftrainingen en schrijfcursussen. De vraag is, vindt je er wat je zoekt? Dat kun je natuurlijk alleen zelf bepalen. Jij bepaalt wat jouw ideale pad is van schrijver naar auteur. Jij beslist of je met een goed en voldaan gevoel je verhaal of boek gaat presenteren aan je geliefde (en aan de wereld).

Bij een fysieke schrijfcursus zit je vooral klassikaal, met meerdere mensen. Je krijgt huiswerk op en je spendeert veel tijd aan het luisteren naar verhalen van andere mensen. Je kunt er inspiratie mee opdoen, maar vaak zijn de besprekingen best lang. Als je dat niet erg vindt, zeker doen.

Er zijn ook trainingen specifiek gericht op jouw manuscript. Meestal mag je er stevig voor in de buidel tasten, want de theorie en de feedback zijn op maat toegesneden op jou en jouw boek. Het is het zeker waard als je aan het eind triomfantelijk je boek omhoog houdt voor de camera.

Bij onze Masterclass trainen we je in de 12 stappen van de Reis van de Held. Verder hebben we modules over boekmarketing en uitgeven. Wat wij niet weten, weten andere deelnemers of de inspirerende schrijfcoach waar we mee samenwerken. Je hoeft er de deur niet voor uit en alles blijft voor je beschikbaar zolang als je wilt.

Vergt dat schrijfdiscipline? Uiteraard. Als schrijver heb je dat. Bepaal voor jezelf of het iets voor je is. Het een is niet beter of slechter dan het ander. Alleen anders. Onze missie is meer boeken van Nederlandse en Vlaamse auteurs in de winkel krijgen. Hopelijk jouw boek ook.

De 7 belangrijkste verhaalelementen

Je hebt een verhaalidee waarvan je zeker weet dat je er goud mee in handen hebt. Maar er is overweldigend veel schrijfadvies op internet en dat kan ervoor zorgen dat je wilt stoppen voordat je begint.

Laat ik proberen je houvast te geven.

Een boek schrijven is als een huis bouwen. Je hebt misschien alle tools en ontwerpideeën, maar als je fundering niet solide is, blijft zelfs het mooiste huis niet staan.

De meeste storytelling-experts zijn het erover eens dat er 7 sleutelelementen in je verhaal moeten zitten. Zorg ervoor dat je ze allemaal opneemt om de kans dat je je boek verkoopt te optimaliseren. Boeiende verhalen hebben:

1. Een thema

Plot is wat er gebeurt in je verhaal, het thema is waarom het gebeurt. Het waarom moet je weten als je de plot schrijft. Bedenk voordat je begint te schrijven waarom je dit verhaal wilt vertellen.

  • Welke boodschap wil je overbrengen?
  • Wat leert het de lezer over het leven?

Weersta de neiging om je thema expliciet te noemen. Vertel gewoon je verhaal en laat het je thema verkennen en zelf het punt maken. Geef je lezers eer, ze zijn slim genoeg.

Vertel je verhaal subtiel en vertrouw erop dat je lezers doorhebben wat je thema is. Beroof hen niet van hun leeservaring. Ze herinneren zich misschien je plot, maar je wilt dat ze lang nadenken over je thema.

2. Karakters of personages

Ik heb het over herkenbare, geloofwaardige personages. Je hoofdpersoon is de protagonist, je Held/Heldin. Je hoofdpersoon moet beschikken over:

  • Herkenbare menselijke gebreken
  • Potentieel heroïsche kwaliteiten die naar voren komen in de climax
  • Een karakterboog (hij/zij moet tegen het einde een andere, betere, sterkere persoon zijn)

Weersta de verleiding om een perfect hoofdpersonage te creëren. Perfect is saai (Indiana Jones lijdt aan een slangenfobie en James Bonds zwakheid is mooie vrouwen).

Je hebt ook een antagonist nodig, de slechterik. Je slechterik moet net zo formidabel en meeslepend zijn als je held. Maak de slechterik niet gewoon slecht omdat hij de slechterik is. Maak hem een waardige vijand door hem motieven te geven voor zijn acties. Schurken zien zichzelf niet als slecht. Ze denken dat ze gelijk hebben! Een volledig uitgewerkte slechterik is veel realistischer en gedenkwaardiger.

Afhankelijk van de lengte van je verhaal heb je bijpersonages nodig. Vraag je voor elk van hen af:

  • Wat willen ze ?
  • Wie of wat weerhoudt hen ervan het te krijgen?
  • Wat gaan ze eraan doen?

Hoe meer uitdagingen je personages tegenkomen, hoe herkenbaarder ze zijn. Net als in het echte leven veranderen de moeilijkste uitdagingen je personages meest.

3. Verhaalelementen

Denk hierbij aan locatie, tijd of tijdperk en aan hoe dingen eruit zien, ruiken, proeven, voelen en klinken. Onderzoek de details van je verhaalelementen grondig, maar onthoud dat het de jus van je verhaal is. Het hoofdgerecht is het verhaal zelf.

Agenten en acquirerend redacteuren vertellen me dat een van de grootste fouten die schrijvers maken, het beschrijven van de verhaalelementen is. Verhaalelementen zijn belangrijk, begrijp me niet verkeerd. Maar een zekere manier om lezers in slaap te sussen is je flaptekst spannend maken en je verhaal te beginnen met een variatie op: Het huis stond in een diep bos omgeven door…

Niet doen.

In plaats van verhaalelementen te beschrijven, kun je ze subtiel in je verhaal opnemen. Laat lezers je verhaalelementen zien, vertel het ze niet. Als je dit advies opvolgt, gaat de film in de hoofden van je lezers automatisch spelen terwijl ze zich concentreren op actie, dialoog, spanning, drama en het conflict dat je hebt verzonnen. Hierdoor slaan ze de bladzijden om.

4. Vertelperspectief

Om je vertelperspectief te bepalen, moet je over twee dingen beslissen:

  • De stem die je gebruikt om je verhaal te schrijven: eerste persoon (ik, me), tweede persoon (jij, jouw) of derde persoon (hij, zij of het), en
  • Wie dient als de cameraman van je verhaal?

De hoofdregel is één perspectiefpersonage per scène, maar ik geef de voorkeur aan één per hoofdstuk. Anderen zeggen één per boek.

Lezers ervaren de gebeurtenissen in je verhaal vanuit het perspectief van dit personage. Je hoeft niet in de hoofden van andere personages te wippen. Wat je perspectiefpersonage ziet, hoort, aanraakt, ruikt, proeft en denkt, is alles wat je kunt overbrengen.

Sommige schrijvers denken dat dit hen beperkt tot de Eerste Persoon, maar dat is niet zo. De meeste boeken zijn geschreven in de Beperkte Derde Persoon: één perspectiefpersonage per keer, meestal degene met het meeste op het spel.

Je boek in de Eerste Persoon schrijven, maakt het makkelijk om jezelf te beperken tot dat ene perspectiefpersonage, maar de Beperkte Derde Persoon is niet voor niets het populairst. Lees de huidige populaire fictie om te zien hoe de bestsellerauteurs het doen.

Vertelperspectief kan verwarrend zijn, maar het is fundamenteel. Marlen en ik hebben er een mooi gesprek over in de Masterclass dat we op video hebben opgenomen.

5. Plot

Plot is de opeenvolging van gebeurtenissen waaruit je verhaal bestaat. Het is wat je lezer dwingt om de pagina’s om te slaan. Beschouw je plot als de verhaallijn van je boek. Een succesvol verhaal beantwoordt twee vragen:

  • Wat gebeurt er? (Verhaal)
  • Wat betekent het? (Thema; zie punt 1)

Schrijftrainingen en schrijfcursussen benoemen verhaalstructuren verschillend, maar ze lijken grotendeels op elkaar. Alle verhaalstructuren bevatten een variatie van:

  • De Opening
  • Een Opruiend Incident dat alles verandert
  • Een reeks Crises die spanning opbouwt
  • Het Hoogtepunt
  • Een Oplossing (of Conclusie)

Hoe effectief je drama, intriges, conflicten en spanning creëert , bepaalt of je lezers vanaf het begin kunt pakken en tot het einde geboeid kunt houden.

6. Conflict

Conflicten zijn de Red Bull motor in fictie. Lezers hunkeren naar conflicten en verlangen ernaar om te zien wat eruit voortvloeit. Als alles in je plot goed gaat en iedereen het ermee eens is, zul je je lezer snel vervelen.

Dodelijk voor je boek.

Zijn twee karakters gezellig aan het babbelen? Laat de een iets zeggen waardoor de ander naar buiten stormt en een diepgewortelde breuk in hun relatie onthult. Wat is het? Wat zit er achter? Lezers zullen de pagina’s blijven omslaan om erachter te komen. De Hongaarse schrijver Sándor Márai was er een meester in.

7. Oplossing

Of je nu een planner of een pants-er bent (zoals Stephen King, die voor de vuist weg schrijft), je moet een idee hebben waar je verhaal naar toe gaat. Hoe je verwacht dat het verhaal eindigt, zou in elke scène en elk hoofdstuk moeten doorschemeren. Het kan veranderen, evolueren, groeien naarmate jij en je personages de onvermijdelijke plotwendingen ervaren, maar laat het nooit aan het toeval over.

Houd je hoofdpersonage tot het einde centraal. Alles wat hij of zij leert door alle complicaties die voortkomen uit pogingen om de vreselijke problemen op te lossen waarin jij ze hebt ondergedompeld, zou de kans op een oplossing moeten bieden.

Als je het einde nadert en het gevoel hebt dat er iets ontbreekt, haast je dan niet. Geef het een paar dagen, indien nodig een paar weken. Laat je onderbewustzijn eraan werken. Maar zorg voor een bevredigend einde dat beklijft.

Geef je lezers de beloning voor hun tijdsinvestering door deze onvergetelijk te maken en ze in hun hart te raken. Lezers houden ervan om iets te leren en vermaakt te worden, maar ze vergeten het nooit als je ze emotioneert.

Show, don’t Tell

Show, don’t Tell is een gevleugeld gegeven onder schrijvers. Het zorgt ervoor dat je lezer je boek ervaart door actie, het gebruik van zintuigen, gevoelens en gedachten. Lezers vinden ze beter dan verhalen geschreven vanuit expositie, samenvatting en beschrijving door de auteur.

Als je via het Show, don’t Tell principe schrijft, vermijdt je bijvoeglijke naamwoorden die de stem van de auteur volgen. Je schrijft je scènes zo dat lezers zelf hun conclusies trekken. Scenarioschrijvers zijn er meesters in (Quentin Tarantino bijvoorbeeld).

Er zijn schrijvers die het gebruik van gedachtenwerkwoorden, zoals “denk, weet, begrijpt, realiseert, gelooft, wil, herinnert zich, stelt zich voor, verlangens” et cetera te mijden. Zij adviseren alleen werkwoorden te gebruiken die zintuiglijke details weergeven.

Show, don’t Tell à la Tsjechov

Het Show, don’t Tell idee wordt vaak toegeschreven aan de Russische toneelschrijver Anton Tsjechov. Hij heeft, naar verluidt, gezegd: “Vertel me niet dat de maan schijnt; laat me de glinstering van het licht op gebroken glas zien.”

Hemingway

Ernest Hemingway was een absolute voorstander van Show, don’t Tell. Zijn ijsbergtheorie, ook bekend als de “theorie van het weglaten”, kwam voort uit zijn achtergrond als krantenverslaggever.

“Als de schrijver goed genoeg weet waar hij over schrijft, kan hij dingen die hij weet weglaten. De lezer zal, als de schrijver echt geloofwaardig weet te schrijven, deze dingen net zo sterk voelen alsof de schrijver ze wel heeft geschreven.”

Volgens Hemingway hangt creatief schrijven af van het kundig gebruik van een breed scala aan technieken (zoals inferentie, metafoor, understatement, de onbetrouwbare verteller en ambiguïteit). Het toont de waardering van de zorgvuldige lezer voor sub-tekst en extrapolatie van wat de auteur kiest om niet te tonen.

Dit suggereert respect voor de lezer, een soort vertrouwen om zelf een gevoel voor de betekenis achter de actie te ontwikkelen, zonder dat het punt pijnlijk voor hen is vastgelegd.

Zit je vast? Dit is wat je moet doen

In het begin van dit artikel had ik het erover dat je moet doorschrijven en je niet druk moet maken over stijl en structuur en zo om niet vast te lopen. Toch kan het gebeuren. En dan? Hoe ga je er mee om? Is het een serieuze aanval van Writers Block? Of heb je schijnbaar eeuwig “aan je boek gewerkt”?

In werkelijkheid verbergen dergelijke excuses de echte redenen waarom we vastzitten. Het is vrijwel zeker een van de volgende dingen:

1. Je bent bang dat je niet goed genoeg schrijft

Ik worstel nog steeds met deze angst elke keer dat ik aan een nieuw manuscript begin. Vrijwel elke gepubliceerde auteur heeft dat. Toch persen ze zich door hun angst heen en blijven boeken publiceren. Zij bewijzen dat angst niet hoeft te verlammen.

2. Je lijdt aan uitstelgedrag

Dat is wat je bedoelt als je zegt: “Ik heb geen tijd”. Vind je niet de tijd om te doen wat je echt wilt doen? Hoe graag wil je dit? Schrijven is lastig en lijkt zelden op de foto’s van schrijvers die loungen met hun favoriete drankje op een sfeervol Braziliaans strand met dito gezelschap.

Toen ik begon met schrijven was mijn ‘bureau’ een oud formica tafeltje, afgedankt door de plaatselijke lagere school (zo heette dat toen nog). Ik had hetzelfde aantal uren in de dag zitten als jij. Maar ik wilde zo graag schrijven dat ik van schrijven mijn prioriteit maakte.

Dromers praten over schrijven. Schrijvers schrijven.

3. Je bent bang om je schrijfwerk te delen

We krijgen vaak mails van schrijvers die auteur willen worden en dit exacte probleem beschrijven: “Ik ben doodsbang om mijn werk te delen. Ik vind dat het perfect moet zijn, anders is het zonde van mijn leven”.

4. Kritiek geeft je het gevoel dat je er beter mee kunt kappen

Of je nu een beginnend schrijver bent die je partner teleurstelt met je eerste pagina’s, of je bent een professional die een recensie met één ster leest van je nieuwste boek…

Kritiek steekt als een horzel in je bil.

5. Een agent of uitgever heeft je werk afgewezen

Soms weerhoudt louter het vooruitzicht op het krijgen van een afwijzingsbrief je ervan om je manuscript zelfs maar op te sturen naar een agent of een acquirerend redacteur.

Een enkel ‘nee’ kan aanvoelen als het einde van de wereld, omdat het betekent dat iemand die weet waar hij het over heeft je schrijfwerk niet leuk vond. Het is moeilijk om je innerlijke stem, je kritische zelfredacteur, te negeren die zegt: “Zie? Ik zei toch dat je het niet kan.”

Als je met een van de bovenstaande uitdagingen worstelt, moet je het volgende weten: Geen van hen – niet één – betekent dat je echt vast zit. Bijna elke succesvolle schrijver heeft een of meer van de vijf obstakels ervaren. En ze hebben ze niet overwonnen door een magische kortere weg te nemen. Nogmaals, ze wilden dit zo graag dat ze zich hebben toegelegd op het leren en aanscherpen van hun vak en het bestuderen van de moeren en bouten van het schrijfbedrijf.

Terwijl alle anderen verkopen met korting (wij ook hoor, maak je geen illusies), geven we ook graag schrijfadvies weg. We willen je het vertrouwen geven dat je nodig hebt om de schrijver van je dromen te worden.

En voor nu, onthoud dat je niet echt vastzit. Dat er hoop is. Dat het nooit te laat is om te veranderen.

Laatste update 9 mei 2022 door Edwin

De Oproep tot Avontuur – Week 2 van de Reis van de Held

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.