Interview Jeroen Windmeijer

Jeroen Windmeijer is auteur van literaire thrillers en van zijn boeken zijn wereldwijd duizenden exemplaren verkocht. Hij is een van de eerste leden van Schrijven.Community. Deze week is zijn nieuwe boek uitgekomen. Het boek heet “De Genesissleutel” en speelt zich af rond de mysterieuze Nazca-tekeningen in Peru. Schrijven.Community mocht Jeroen Windmeijer interviewen over zijn nieuwste boek en over schrijven in het algemeen.

jeroen windmeijer

Op 13 oktober is je nieuwste boek De Genesissleutel verschenen. Waar gaat het over?

Het heet De Genesissleutel en speelt in Peru, om precies te zijn in de Nazcawoestijn. In het rotsachtige zand liggen al eeuwenlang raadselachtige tekeningen tot wel driehonderd meter groot, die alleen vanuit de lucht te zien zijn. Deze tekeningen zijn altijd met veel raadsels omgeven geweest. Wie heeft ze gemaakt? Voor wie? En vooral: waaróm zijn ze gemaakt?

jeroen windmeijer - de genesissletelSchrijvers zoals Erich von Däniken (Waren de goden kosmonauten?) geloven dat deze tekeningen boodschappen zijn aan aliens die ooit de aarde hebben bezocht – dit heet de Ancient Astronauts theorie. Deze buitenaardse wezens zouden op veel plekken op aarde bouwwerken hebben achtergelaten zoals de piramides in Egypte of tempels zoals in Tiahuanaco (Bolivia) of Sacsayhuaman (Peru). Zij beloofden op een dag terug te komen. Het thema van goden die beloven terug te komen is een universeel thema in de mythologie en godsdiensten wereldwijd, een fascinerend gegeven.

In De Genesissleutel zien de Nederlandse Ángel Trustfull en zijn Peruaanse collega Luz Feria tijdens een toeristische vlucht boven deze tekeningen in de woestijn onder hen een man in nood. Ze raken betrokken in een bizar verhaal, waarin alles was ik net vertelde een rol speelt .

Je eerste manuscript is afgewezen bij dertig uitgeverijen voordat je een uitgever tegenkwam die geloofde in je verhaal. Welke les(sen) over het benaderen van uitgevers kunnen leden van Schrijven.Community hieruit leren?

In de eerste plaats lijkt het vrij zinloos om lukraak je manuscript op te sturen – zelfs
als je, zoals ik, eerst een nauwkeurig overzicht hebt gemaakt van uitgevers die jouw genre boeken uitgeven. Een beetje uitgever krijgt elke dag ongevraagd manuscripten binnen, sommigen met gemak honderd of meer per week! Eerst contact hebben is sowieso een beter idee. Dan kan door een mailtje te sturen, maar ook door bij een boekpresentatie eens een praatje met iemand van de uitgever te maken. Een echt goede manier lijkt toch ook wel te zijn om mee te doen aan verhalenwedstrijden. Ik heb de indruk dat met name de grotere verhalenwedstrijden toch wel in de gaten worden gehouden.

Verder blijft belangrijk: stuur je werk niet te vroeg op. En laat het lezen door een echte redacteur. Dat kost wat, maar dan wordt je boek écht beter. Als je een onrijp of niet-geredigeerd werk opstuurt, ben je bij voorbaat al kansloos.

In mijn geval had ik het geluk dat een kleine, lokale uitgever er uiteindelijk brood in zag. Daarna heb ik heel erg hard mijn best gedaan om van het boek een succes te maken: veel signeren, kranten/ websites/ tijdschriften aanschrijven. Meestal levert het niets op, maar soms opeens wel.

Je hebt in een interview gezegd: ‘Het beeld van het bestaan als schrijver is romantisch, maar je moet uiteindelijk gewoon gaan zitten en schrijven.’ Hoeveel schrijftijd raadt je startende schrijvers aan?

Wat betreft schrijftijd weet ik niet zo goed. Wat in ieder geval helpt, is als je voor jezelf een vast moment of vaste momenten creëert waarop je schrijft. Iedereen zou dat moeten kunnen. Je zou daarmee om kunnen gaan zoals met bijvoorbeeld een vaste sportavond. ‘Maandagavond kan ik niet afspreken, want dan schrijf ik.’

En probeer dan toch wel twee uur vrij te houden, anders kom je er niet goed in.

Wat mij helpt, is dat ik streef naar een bepaald aantal woorden, bijvoorbeeld 500. Soms heb je die na een uur. Dan kun je nog lekker verder schrijven, maar dan heb je dát doel vast gehaald. Dat is een fijn gevoel en het stimuleert.

Wat je sowieso uit je systeem moet verbannen is dat je geïnspireerd moet zijn om te kunnen schrijven. Inspiratie wordt echt zwaar overschat. Je moet gewoon gaan zitten en schrijven. Er komt áltijd wel iets. Ik geef ook schrijfcursussen en geef ik veel kleine opdrachten. Ik heb echt nog nóóit meegemaakt dat iemand na tien minuten zei: ‘ik heb niks, want ik kon niks verzinnen’. Mensen zien dan juist dat je áltijd wel iets kunt verzinnen, als je er maar voor zit. Picasso zei ook: “inspiratie bestaat, maar die moet jou werkend aantreffen.”

Als je even niet weet waarover je moet schrijven, kun je op internet tientallen sites vinden met leuke opdrachten. Wat dacht je bijvoorbeeld van: “twee oude vrienden komen elkaar na tien jaar weer tegen. Er is iets naars gebeurd in het verleden, waardoor er een breuk is ontstaan. Beschrijf de ontmoeting tussen hen beiden.” (in 10 minuten). Als je dat vanuit één perspectief hebt gedaan, kun je het nog een keer doen, maar dan vanuit de ander bezien. Ik wed dat iedereen die dit leest onmiddellijk een idee heeft van hoe hij of zij dit aan zou gaan pakken!

Je hebt ook het volgende aangegeven: ‘Schrijven doe je voor je plezier, niet om uitgegeven te worden’. Hoe hou jezelf plezier in het schrijven? Heb je daarvoor contact met andere schrijvers nodig?

In de allereerste plaats doe je het omdat je het gewoon léuk vindt om te schrijven. Natuurlijk wil je ook worden gelezen, maar dat komt pas daarna – als het goed is. Anders hou je het ook niet vol. Het schrijven van een eerste versie is echt heel leuk, je kunt alle kanten op. Maar dan komt het redigeren, het herschrijven, het moeten weggooien van tekst om het verhaal vlotter te maken…. Totdat je het verhaal bijna niet meer kunt zíen, zó vaak heb je het gelezen. Ook dán moet je gaan zitten en schrijven. Of als je niet per se zin hebt om op dat vaste moment te schrijven – er is altijd wel een excuus (moe, netflix, bios). Dus je houdt het niet vol als je het alleen maar doet omdat je zo graag gelezen wil worden.

Zelf hou ik me aan kantoortijden, elke dag zo tussen 8.00-17.00 zit ik aan mijn bureau in een kantoortje in de stad. Dan ga ik dus echt naar mijn werk. Ik schrijf tot het middaguur en na de lunch ben ik aan het lezen of een tekst aan het redigeren. Ik ben dus altijd ook met nieuwe dingen bezig.

Contact met andere schrijvers is heel erg leuk en heel erg belangrijk. Van de week lunchte ik nog met Stefan Popa. Het is zo fijn om uren alleen maar over het proces van het schrijven te kunnen praten met iemand die dezelfde momenten van euforie heeft maar ook die van tegenzin. Hoe schrijf jij, hoe pak jij het aan, hoe hérschrijf jij etc…

Hoe doe je research? Ben je voor de Genesissleutel bijvoorbeeld in Peru geweest?

jeroen windmeijer - de genesissleutelIk ben altijd eerst drie, vier, vijf maanden puur aan het lezen, op Youtube filmpjes bekijken, met experts praten/ mailen tot ik op een bepaald moment het idee heb niet echt meer iets nieuws te lezen. Al lezende is er vaag een idee voor een verhaal bij me opgekomen. Ik begin te schrijven en al schrijvende ontwikkelt het verhaal zich verder.

Voor De Genesissleutel ben ik inderdaad speciaal naar Peru toegegaan. Ik heb een rondreis van drie weken gemaakt, waarbij ik ook Nazca heb aangedaan. In een kleine Cessna zijn we over de woestijn gevlogen, echt een fantastische ervaring.

Op welke manier(en) heeft je studie culturele antropologie invloed op je verhalen?

Voor mijn afstudeerscriptie heb ik zes maanden in een indiaanse gemeenschap aan de oevers van het Titicacameer in Bolivia gewoond. Die ervaring is de basis geworden van mijn latere thriller De Offers. Maar in het algemeen gaat het bij antropologie natuurlijk om onderzoek doen, veel lezen, je verdiepen in een ander, kennis nemen van ‘vreemde’ ideeën en die met een open geest tegemoet treden, het zoeken naar een betekenis die schuilgaat onder op het oog alledaagse handelingen et cetera.

Wat was de belangrijkste inspiratie om Genesissleutel te schrijven?

Ik ben in mijn boeken altijd op zoek naar thema’s uit de Bijbel. Wat ik ook interessant vind, zijn universele verhalen die we overal ter wereld tegenkomen, zoals bijvoorbeeld de zondvloed. Voor dit boek ben ik gedoken in de wereldwijde verhalen die mensen elkaar vertellen over goden die naar de aarde zijn gekomen om ze te helpen en daarna weer zijn vertrokken met de belofte op een dag terug te keren. Dat verhaal vind je werkelijk overal terug. Ook in de Bijbel speelt dit met het verhaal van Jezus die na zijn opstanding belooft terug te keren op aarde. De christenen wachten er al tweeduizend jaar op.

Volgens de alien astronauts-theorie zijn de goden in deze verhalen oorspronkelijk aliens die de aarde hebben bezocht en op een dag terug zullen keren. Die verhalen heb ik gecombineerd met het christelijke verhaal over de wederkomst van Christus.

Voor alle schrijvers, maar zeker voor beginnende, is boekmarketing enorm belangrijk. Welke tip(s) wil je schrijvers geven over het vermarkten van je eigen boek?

Daar is op zich niet heel veel over te zeggen helaas. Ik denk namelijk dat er ook een behoorlijke dosis geluk om de hoek komt kijken. Een recensent bijvoorbeeld krijgt heel veel boeken om te bespreken en dan moet zijn oog maar net op dat van jou vallen. En het boek hem dan bevallen. Of een journalist moet maar net tijd en zin hebben om je te interviewen. Als jouw boek net uitkomt als er net een of andere publiekstrekker verschijnt, is het lastig om aandacht te krijgen. Er verschijnt sowieso ontzettend veel, dus opvallen is lastig.

Zelf ben ik lokaal begonnen met een kleine Leidse uitgever en een thriller die zich in Leiden afspeelt. Dat is iets wat lokale mensen vaak leuk vinden omdat ze de locaties herkennen die je beschrijft. Als lokale schrijver kom je gemakkelijk in de boekhandel te liggen, je kunt meedoen aan open avonden, een lezing bij de bibliotheek, een interview in een huis-aan-huis-krant. Er is lokaal vaak een heel grote gunfactor, dus mijn advies zou zijn: groots denken, maar klein beginnen.

jeroen windmeijer - de genesissleutel

Wat zou je uitgevers aanraden als zich een schrijver meldt die nog geen boek heeft uitgegeven?

Lees in ieder geval de eerste bladzijde. Op basis daarvan is vaak al heel goed in te schatten of een schrijver potentie heeft of niet. Van sommige uitgevers kreeg ik zo snel een afwijzing, dat ze mijn manuscript onmogelijk hadden kunnen bekijken.

Je geeft ook schrijfcursussen. Wat wil je – naast hard werken – je je cursisten meegeven of leren?

Wat ik net al zei: inspiratie is overschat. Je moet gaan zitten en schrijven. Picasso zei al: “Inspiratie bestaat, maar die moet jou werkend aantreffen.”

Wat wil je verder nog kwijt over schrijven, boekmarketing of uitgeven?

“Oefening baart kunst.” Maak heel veel meters, schrijf veel en lees vooral ook heel veel. Denk heel goed na voor je iets in eigen beheer uitgeeft. Het is een moeizaam proces dat meestal frustrerend weinig oplevert. Als niemand je wil uitgeven kan dit ook een teken zijn dat je werk gewoon niet goed genoeg is. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen – de schrijfster van Harry Potter is vaak genoeg afgewezen – maar in het algemeen wordt echt talent wel opgemerkt. Lees ook de intervieuws met Rosemarijn Milo en Cécile Ickenroth.

Aanmelden Schrijven.Community