Ik heb je in mijn vorige blog verteld dat ik de eerste, ruwe versie van ‘25’ in 136 uur geschreven heb. Ik vond het een megaprestatie van mezelf. Eerlijk gezegd verbaasde het me ook. Achteraf denk ik dat het me gelukt is door mijn voorbereiding anders aan te pakken. Ging ik eerst zitten met een leuk idee en dan gelijk schrijven, deze keer had ik het idee in hoofdlijnen uitgewerkt. Ik had een aantal personages. Er waren enkele plottwisten. Ik had de lengte van het verhaal (ongeveer). En ik begon met een kop en een staart. Manuscript klaar. Tijd om het redactieproces in te duiken.

Het redactieproces

Oké, het verhaal was klaar. Nu wilde ik er een boek van maken. Stap één in het maken van een boek is zorgen dat het manuscript ‘perfect’ is. Ik vond dat ik de redactie ook zelf moest doen. Ten slotte ben ik tekstschrijver van beroep met als hobby verhalen schrijven. Ik moest dat kunnen.

Nou, ik heb het geweten. Wat een enorme pens vol werk haalde ik mezelf op de hals. En voor mij is het redactieproces niet het leukste werk. Ik heb bewondering voor de mensen die er hun beroep van hebben gemaakt.

Grove redactie

Mijn eerste stap in het redactieproces was het printen van mijn manuscript. Ik heb het geprint in een prettig lettertype (ik vind verdana prettig) en met regelafstand 1,5. Vervolgens heb ik het manuscript een maand weggelegd (best lastig als je vingers jeuken).

Bij deze stap in het redactieproces wilde ik uitzoeken of het verhaal ‘25’ net zo op papier was gekomen als dat ik het in mijn hoofd had. Verrassing. Voor een groot deel wel, voor een klein deel ontdekte ik losse eindjes. Dankzij mijn structuurdocument heb ik die allemaal vrij eenvoudig aan elkaar kunnen knopen.

Redactie op stijl en perspectief

Mijn tweede stap in het redactieproces was mezelf controleren op stijl en perspectief. Bij ‘25’ heb ik ervoor gekozen elk hoofdstuk te schrijven vanuit het perspectief van de belangrijkste persoon in dat hoofdstuk.

Verder heb ik mezelf gecontroleerd op consistentie in taalgebruik. Hoofdredacteur Buema praat anders dan Jan-Kees Veneman. Bij beide onderdelen in dit deel van het redactieproces kwam ik er redelijk goed vanaf, tot mijn opluchting.

Redactie op zinsniveau

De laatste stap in het redactieproces van ‘25’ was de redactie op zinsniveau. Ik weet van mezelf dat ik regelmatig te specifiek ben. Dat uit zich bij mij in het gebruik van woorden als ‘beetje’, ‘waarschijnlijk’ en bijvoorbeeld ‘misschien’.

Veel van dit soort woorden zijn overbodig. Ze vertragen het tempo van het verhaal en voegen niets toe. Ik schrijf in Word en dan is het makkelijk zoeken en aanpassen. Zo kwam ik 1100 keer het woord ‘maar’ tegen en dat is echt teveel.

Ik heb ze er, waar dat kon, uitgehaald of vervangen en ik denk dat mijn manuscript daardoor sterker is geworden. Maar ik vind het rotwerk. Het heeft ook zeker een half jaar geduurd. Veel langer dan het schrijven van de eerste versie. Volgende keer schakel ik toch maar een redacteur in, denk ik.

We horen graag jouw mening. Als je het leuk vindt om me te volgen, kun je je ook aanmelden voor de nieuwsbrief van Schrijven.Community. Dan mis je in elk geval niks. Als je mijn schrijven wilt volgen, kun je terecht op Edwinbierling.nl.

Laatste update 22 september 2022 door Edwin

Mijn Reis van de Held – Het redactieproces
Getagd op:                                                        

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.