We komen bij Schrijven.Community regelmatig schrijffouten tegen. We hebben daarom bedacht een aantal blogs te schrijven om schrijvers te ondersteunen. De schrijffout van deze week is: Een te algemene feedbackstructuur hanteren.

Iedereen maakt fouten, zelfs schrijvers. Dat is prima, want elke fout is een geweldige kans om te leren. Opmerking: de fouten in deze serie zijn niet gericht op grammaticaregels, hoewel we ook op dat gebied hulp bieden. Zowel in de community als in de Masterclass Schrijven 2.0 vind je voldoende grammaticale informatie.

In de serie blogs kijken we naar grotere fouten, inclusief de fout om te veel exposities te gebruiken, onderzoek te verwaarlozen of te veel onderzoek te doen. De schrijffout die schrijvers van deze week maken is: Een te algemene feedbackstructuur hanteren.

Schrijffouten die schrijvers maken: Hun feedbackstructuur is te algemeen

Ik weet niet precies wanneer ik het feedbackproces voor het eerst tegenkwam. Vanaf dat ik kon schrijven, schrijf ik al. Er was geen moment van “en nu zal ik leren hoe ik mijn werk kan herschrijven met een extern perspectief in gedachten.”

Ik denk dat de meeste schrijfcursussen zijn gebaseerd op wat we op school hebben geleerd. Je schrijft iets; je geeft het aan je leraar; ze vertellen je wat ze wel en niet leuk of goed vinden. Einde.

Maar we moeten ons redactieproces niet benaderen als iets waar we een goed cijfer voor moeten halen. Dat is hetzelfde als onszelf opsluiten in een kooi en de sleutel weggooien, en dat wil nog niet eens zeggen dat het redactieproces leuk moet zijn.

Onze verhalen zijn levende, ademende werelden met complexe en rijke karakters. Ik denk dat we allemaal wel eens de opmerking hebben gekregen dat “dit beeld plat aanvoelt” of “deze dialoog onhandig” of “je werk is voorspelbaar”. Maar wat moeten we in met die informatie doen?

We hebben het bij Schrijven.Community regelmatig over de opzet van onze schrijfcursussen en de Masterclass Schrijven 2.0. Een verhaal goed kunnen toevertrouwen aan papier of scherm kan heel lastig zijn.

Verschillen tussen workshops

In veel workshops is het bijvoorbeeld de bedoeling dat iedereen het stuk voor de les gelezen heeft. Dan zit de auteur stil terwijl alle anderen het stuk bespreken alsof de auteur er niet is.

Hoewel de meeste workshopleiders mensen een vorm van eerst lof en dan kritiek zullen laten volgen, is dit niet altijd het geval. De auteur moet z’n mond houden tot het einde. Dan pas krijgt de auteur de kans om op de discussie te reageren. De onuitgesproken regel van workshopreactie: wees niet defensief.

Workshop groepjes ik aan mee heb gedaan, volgen een vergelijkbare structuur. Ik geef ze mijn Word- of Google-document, ze lezen het en laten opmerkingen achter. Ik neem die feedback mee in mijn schrijfhol en probeer te herschrijven op basis van wat me invalt. Dan gaan we verder met het stuk van iemand anders.

Ik volg het commentaar zeer zelden op. Ik wil de tijd van de groep niet meer dan noodzakelijk in beslag nemen door te neuzelen over opmerkingen die ik niet begrijp. Trouwens, het is mijn taak als schrijver om de ervaring van de lezer te begrijpen en verder te gaan met mijn concept, niet waar?

Nee, beste vrienden. Dat is niet waar.

Foutcorrectie: individualiseer je feedbackstructuur

Als redacteur ben ik heel veel verschillende soorten schrijvers tegengekomen. Ik heb auteurs horen zeggen: “Wees niet bang om mijn werk uit elkaar te halen. Directe feedback werkt voor mij het beste.” Ik heb auteurs ook horen zeggen: “Ik voel me onzeker over dit concept, dus doe het alsjeblieft rustig aan”.

Voordat je gaat herschrijven, moet je weten van wie je feedback komt, maar ook hoe het tot je komt. Ben je visueel ingesteld en doet het je goed als iemand alinea’s met feedback schrijft en deze naar je stuurt in een e-mail zodat je deze op je gemak kunt lezen?

Of ben je meer auditief ingesteld en bespreek je de feedback liever telefonisch? Dan raad ik je in elk geval aan je gesprekken op te nemen, zodat je ze op een later tijdstip kunt terugluisteren. Zo voorkom je dat er wijze woorden in het luchtledige verdwijnen.

Als je overweldigd wordt bij het vooruitzicht in één keer alle feedback op een langer werk te krijgen, kun je je document opsplitsen in kleinere delen en je lezer het materiaal stukje bij beetje geven.

Of, als je merkt dat je nooit feedback krijgt op de onderdelen van je werk waar je echt feedback op nodig hebt, stel dan een begeleidende brief op waarin je mensen vraagt zich op specifieke gebieden te concentreren. Of, beter nog, dicteer de stroom van feedback door je critici alleen te vragen een reeks vragen te beantwoorden. Deze feedbackstructuur vermindert onnodig gebabbel en geeft je alleen gericht advies op de aspecten die je wilt.

Wat betreft deelnemen aan een workshop, als je merkt dat je vastzit in een bepaald patroon, wees dan niet bang om je uit te spreken. Je kunt iets zeggen als: “Ik waardeer jullie werk en toewijding om mijn werk te verbeteren. Maar ik merk dat ik de laatste tijd overweldigd wordt door feedback. Voor de toekomst is het voor mij het beste om mijn feedbackstructuur te stroomlijnen en mijn werk op die-en-die manier te benaderen.”

Wees je critici dankbaar

Het is belangrijk om de tijd en energie van je critici in gedachten te houden als je om deze wijzigingen vraagt. Als je echt uren en uren meer van hun intense focus nodig hebt, moet je misschien in plaats daarvan een freelance redacteur inhuren. Je wilt geen misbruik maken van je ondersteuningsteam; je wilt ervoor zorgen dat je ondersteuningsteam net iets beter voor je werkt.

Herschrijven kan een eng, ontmoedigend proces zijn. Het is altijd een goed idee om je team in te zetten als je dat pad betreedt. Dat betekent niet dat je de manier waarop je feedback ontvangt moet beperken tot dezelfde rigide structuur die je gewend bent.

Laatste update 9 mei 2022 door Edwin

Schrijffouten die schrijvers maken: Hun feedbackstructuur is te algemeen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.