Show, don’t Tell is een gevleugeld gegeven onder schrijvers. Het zorgt ervoor dat je lezer je boek of verhaal ervaart door actie, het gebruik van zintuigen, gevoelens en gedachten. Lezers vinden ze meestal beter dan verhalen geschreven vanuit de expositie, samenvatting en beschrijving door de auteur.

Als je via het Show, don’t Tell principe schrijft, vermijdt je bijvoeglijke naamwoorden die de stem van de auteur volgen. Je schrijft je scènes zo dat lezers zelf hun conclusies trekken. Scenarioschrijvers zijn er meesters in (Quentin Tarantino bijvoorbeeld).

Chuck Palahniuk, schrijver van het boek “Fight Club”, raadt alle schrijvers aan het gebruik van gedachtenwerkwoorden, zoals “denk, weet, begrijpt, realiseert, gelooft, wil, herinnert zich, stelt zich voor, verlangens etc.” te mijden. Hij vindt dat je alleen werkwoorden zou moeten gebruiken die zintuiglijke details zoals “geur, smaak, geluid en gevoel” en zo weergeven.

Show, don’t Tell à la Tsjechov

Het show, don’t Tell idee wordt vaak toegeschreven aan de Russische toneelschrijver Anton Tsjechov. Hij heeft, naar verluidt, gezegd: “Vertel me niet dat de maan schijnt; laat me de glinstering van het licht op gebroken glas zien.”

Wat hij bedoelde was: “In beschrijvingen van de natuur moet je details grijpen en ze zo groeperen dat zodra de lezer zijn ogen sluit hij een foto ziet. Een heldere nacht met volle maan zie je zo voor je als je schrijft ‘Op de dam van de molen ligt een stuk glas uit een gebroken fles te glinsteren als een heldere ster en de zwarte schaduw van een hond of een wolf rolt eraan voorbij als een bal.’ (Yarmolinsky, 1954 in “The unknown Chekhov”: Stories and other Writings hitherto untranslated by Anton Chekhov, pagina 14, Noonday Press New York).

Het onderscheid tussen vertellen en vertonen werd pas echt populair na het verschijnen van “The Craft of Fiction” van Percy Lubbock (1921). Vanaf dat moment wordt het Show, don’t Tell principe toonaangevend in de Angelsaksische vertellingen.

Hemingway

Ernest Hemingway was een absolute voorstander van de “Show, don’t Tell” -stijl. Zijn ijsbergtheorie, ook bekend als de “theorie van het weglaten”, kwam voort vanuit zijn achtergrond als krantenverslaggever. De term zelf komt uit zijn verhandeling over stierenvechten, “Dood in de Namiddag”. Hierin beschrijft hij de ceremonies en tradities van het Spaanse stierenvechten.

“Als de schrijver goed genoeg weet waar hij over schrijft, kan hij dingen die hij weet weglaten. De lezer zal, als de schrijver echt geloofwaardig weet te schrijven, deze dingen even sterk voelen alsof de schrijver ze had geschreven.”

Volgens Hemingway hangt creatief schrijven in het algemeen af van het kunstig gebruik van een breed scala aan technieken (zoals inferentie, metafoor, understatement, de onbetrouwbare verteller en ambiguïteit) die de waardering van de zorgvuldige lezer voor sub-tekst en extrapolatie van wat de auteur kiest om onuitgesproken, onverteld en / of niet te tonen, toont.

Dit suggereert respect voor de lezer. Een soort vertrouwen om zelf een gevoel voor de betekenis achter de actie te ontwikkelen, zonder dat het punt pijnlijk voor hen is vastgelegd. (Conrad Jones, 21 oktober 2013: “How to Write a Novel in 90 Days”. Andrews UK Limited).

Ga zelf aan de slag met Show, don’t tell. Aan de hand van tips vertellen we je de “Do’s en Don’ts” van vertellen of vertonen. Je opmerkingen en tips lezen we graag terug in Schrijven.Community.

Show, don’t Tell
Getagd op:                                

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *